Factor van belang: rhesusfactor

Bloed ; noodzakelijk om in leven te blijven, maar tijdens de zwangerschap kan het ook gevaarlijk spul zijn; niet zozeer voor de papa in wording (hoogstens dat hij flauwvalt bij het zien ervan), maar wel voor de mama en baby in wording.

Naast je bloedgroep is ook je rhesusfactor van belang, en specifiek rhesus D; vaak aangeduid met positief (+) of negatief (-) in de beschrijving van je bloed : A+, B-, 0+.

plus

In het Kaukasisch ras is zo’n 85 %  van de mensen ‘positief’. 15 % is negatief. Als vader en moeder dezelfde factor hebben, is er geen probleem: je baby krijgt dan dezelfde factor. Interessant wordt het als de factor verschilt; dan kan je kind een van de 2 factoren overnemen.

Er ontstaat gevaar als de moeder een negatieve factor heeft, en het kind positief: als de moeder in aanraking komt met het positieve bloed (bv bij de bevalling), gaat het lichaam antistoffen aanmaken. Voor de moeder kan dit op zich geen kwaad. Maar zijn de antistoffen al in het moederlichaam aanwezig tijdens de zwangerschap, dan kan het wel kwaad voor de nieuwe baby.

De oplossing is simpel: test in week 27 of de baby in wording ook factor negatief heeft. Als dat zo is, dan wordt in week 30 een ‘Anti-D’ prik gegeven. Deze gaat de aanmaak van antistoffen. Dat beschermt de hudige baby in wording. Na de bevalling wordt nogmaals een prik gegeven aan de moeder. Dat voorkomt dat alsnog antistoffen worden aangemaakt, en zo kan een eventueel volgende zwangerschap veilig verlopen (uiteraard weer met deze testen).

De prik wordt in week 30 gegeven omdat vanaf dat moment de kans het grootst is dat er contact ontstaat tussen het bloed van mama en kind. De prik heeft een halfwaardetijd van een aantal weken en blijft ruim 10 weken werkzaam; voldoende tijd voor de bevalling.

In het begin van de zwangerschap en ook tijdens de test in week 27 wordt bepaald of er al antistoffen in het lichaam van de moeder zijn. Als dat zo is, moeten al aanvullende maatregelen genomen worden.

De rhesusprik wordt gewonnen uit de antistoffen van mensen die deze in zich hebben; omdat de methode om rhesus-ziekte te voorkomen tegenwoordig zo goed zijn, is dit letterlijk een uitstervend ras: op een gegeven moment zullen er geen vrouwen meer zijn met anti-stoffen in het bloed en dus  geen bloed meer om de rhesusprik te maken. Dat is een interessant gegeven: het succesvolle beleid heeft dus ook zijn nadelen.

Door gerichter toe te dienen (alleen bij vrouwen die het echt nodig hebben) en daardoor in Nederland het aantal Kaukakische zwangeren daalt, is er voorlopig nog voldoende aanbod. Mocht de vraag het aanbod overstijgen, dan zijn er twee mogelijkheden:

  • Rhesus-D negatieve mannen rhesus-D positief bloed toedienen. Zij gaan dan antistoffen aanmaken.
  • Ontwikkelen van monoklonale antistoffen

 

Een gedachte over “Factor van belang: rhesusfactor

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *